fbpx

Drie jaar werkte André Linting als bakker en kok op een onderzeeër. Koken in een kombuis van 3,5 bij 3,5 meter was een uitdaging, maar hij had bij de onderzeedienst de tijd van zijn leven. Inmiddels staat hij met zijn bedrijf De Oesterkrakers op feesten, evenementen en festivals. Hij kraakt ter plekke verse oesters open voor de gasten. “Het geeft een feest net dat beetje extra.”

Na zijn koksopleiding moest André Linting opkomen voor de dienstplicht. Na de keuring kon hij bij de marine de keuken in en zat hij een jaar op Vliegkamp Valkenburg. Het beviel hem en hij tekende bij voor vier jaar. De onderzeedienst leek hem wel wat. “Anders dan anders, het spreekt tot de verbeelding. Ik was 21 en het was één groot stoer jongensboek voor mij.” Na een uitgebreide psychologische keuring – “We hebben wel eens zes weken onder water gezeten, daar moet je tegen kunnen” – kreeg hij een technische training. Elk bemanningslid krijgt die, want iedereen is nodig in geval van nood. “Als kok moet je ook weten hoe de machinekamer in elkaar zit.”

En toen moest hij dus koken en elke dag vers brood bakken op de vierkante meter. “Elke centimeter was benut. In de werkbanken zaten de frituur en de bakplaat verborgen. De vriezer zat propvol, alles strak gestapeld. Alleen de chef en ik kwamen in de vriezer.” Ze kookten volgens een vast schema, maandag aardappelen, dinsdag friet, woensdag blauwe hap, want ook de traditionele rijstmaaltijd werd gewoon klaargemaakt onder water. “Aan boord wordt op een gegeven moment onduidelijk welke dag het is. We simuleerden wel dag en nacht met licht, maar door het eten wisten mensen welke dag het was en hoe laat het was.” Er gingen soms weken voorbij zonder dat de onderzeeboot boven kwam. “We lagen een keer voor op schema en toen we gingen we even boven water. We mochten luchten aan dek, daar konden we even in het zonnetje zitten, midden op zee. Er landde een heel klein vogeltje tussen ons in, die kwam even uitrusten. Toen zaten we wel even met dertig volwassen kerels heel vertederd naar een klein vogeltje te kijken. Dat heb je dan al weken niet gezien.”

Koken op een onderzeeër maakt je creatief. “Creatief met de ruimte, maar ook met de producten. Veel vers is er niet meer na een week. Toch kun je veel, ook onder water. Ik maakte elke zondag gebak voor bij de koffie. Iemand had wel een keer zin in moorkoppen. Maar daarvoor moest ik soezen maken en die zijn heel afhankelijk van de luchtdruk. Ze zakken zo in elkaar en dan kun je opnieuw beginnen. Er stond een technische procedure op de planning waardoor er luchtdrukverschillen konden ontstaan. Dat kon ik natuurlijk niet hebben. Ik ging naar de commandant om te vragen wanneer ze zouden beginnen. Hij zei toen dat ik maar een seintje moest geven wanneer ik klaar was. Hij had ook wel trek in een moorkop.”

Linting vertelt dat eten aan boord ontzettend belangrijk is. “Iedereen kreeg goed te eten, de maaltijd was het enige uitje op een dag. Het eten bepaalde de sfeer en dus ook het functioneren aan boord.” Tijdens zijn laatste reis kwam zijn vervanger aan boord, zodat hij die nog kon begeleiden. Deze zat er alleen niet op zijn plek en dat was te merken aan het eten. “De commandant kwam halverwege de reis naar me toe of ik weer wilde gaan bakken. Er werd gemopperd over het eten en de sfeer, maar ook het functioneren, werd daardoor minder. En dat kun je niet hebben aan boord.”

Over zijn missies kan en wil Linting weinig kwijt. “Hou het maar op verschillende intel-missies en missies voor bestrijding van drugshandel. We hebben bijvoorbeeld drugpatrouilles gevaren voor de kust van Colombia. Dan keken we wat er allemaal gebeurde, welke vissersboten er niet aan het vissen waren. Dat werd dan gecommuniceerd naar de marinefregatten. In Colombia was de vraag ook of de drugsbaronnen kleine onderzeeboten hadden, daar was sprake van. We hebben dat toen niet ontdekt, maar jaren later was in het nieuws dat ze in de jungle zo’n onderzeeboot hadden gevonden.”

Dat hij officieel geen veteraan is, daar zit Linting niet mee. Volgens Defensie zijn bemanningsleden van een onderzeeboot die geheime missies hebben uitgevoerd, in diverse gevallen wel degelijk officieel veteraan, namelijk wanneer de minister van Defensie de betreffende onderzeebootmissie heeft laten opnemen in de lijst van missies die recht geven op de veteranenstatus. Dergelijke onderzeedienstmissies staan in de Veteranennota onder een niet nader gespecificeerde noemer (‘diverse geclassificeerde onderzeebootmissies’) vermeld. In de praktijk is het aanvragen van de veteranenpas soms lastig vanwege de geheimhouding. “Er zijn dienstkameraden van me die er meer mee zitten. Maar ik niet, ik weet wat ik gedaan heb en ben er trots op. De tijd aan boord heeft me gevormd, ik ben stressbestendiger dan andere koks en ik denk niet in problemen, maar in oplossingen. Alles wat ik heb meegekregen en beleefd, dat is voor mij genoeg.”

Na vier jaar ging Linting weer aan wal aan de slag. Hij werkte in restaurants, hotels en als freelance kok tot hij in aanraking kwam met de foodtruckwereld. Hij werkte al freelance voor een oesterbedrijf, maar besloot de sprong te wagen en voor zichzelf te beginnen. Zo ontstond Oesterkrakers. Met zijn oesters en mobiele oesterbar staat hij op feesten, evenementen en festivals. “Het is weer eens wat anders dan een bitterbal”, zegt hij lachend. “Het geeft een feest net dat beetje extra. Mensen die van oesters houden, zie ik op zo’n dag steeds terug en mensen die het niet kennen, begeleid ik bij de eerste hap. Soms vinden ze het spannend, maar veel willen het toch proberen. Ik vertel wat over oesters en leg uit hoe je het moet eten.” En hoe moet dat dan? “Kauwen! Niet in het geheel doorslikken. Juist kauwen, dan komt de smaak vrij.” En de verschillende smaken is wat de oester wat hem betreft zo’n interessant product maakt. “Hoe hij gekweekt wordt en in welk water hij ligt, bepaalt de smaak. Een Chardonnay uit Chili smaakt ook anders dan een uit Frankrijk, terwijl het dezelfde soort druif is. Dat is hetzelfde met oesters. Een oester uit het Grevelingenmeer, uit brak water en klei smaakt totaal anders dan een oester uit Bretagne die op schoon zand ligt. Al die smaken naast elkaar, dat maakt het een heel mooi product.”

Bron: Veteraneninstituut.nl / Linde van Deth

Koken onder water – Veteraneninstituut